Nieuwsbrief December 2011

December, een maand vol feest en vreugde voor jong en oud. Een moment dat familieleden bij elkaar komen en er lekker wordt gegeten. Een periode waarin men aandacht heeft voor elkaar en men eerder bereid is om iets voor een ander te doen.

Helaas is het magische decembergevoel voor vluchtelingen, die om welke reden dan ook, uitgeprocedeerd zijn, niet vanzelfsprekend. De publieke opinie staat voor een streng en rechtvaardig asiel- en migratiebeleid. Maar wanneer een specifiek geval een gezicht krijgt, pas dan realiseert men zich  écht hoe streng en (on)rechtvaardig het beleid is. Vluchtelingen in de Knel wordt dagelijks geconfronteerd met de gevolgen van het beleid, dat vergaande consequenties kent voor het individu.

In deze decemberuitgave van de nieuwsbrief willen wij onze donateurs bedanken. U heeft het mede mogelijk gemaakt dat Vluchtelingen in de Knel in het afgelopen jaar mensen, waar onze overheid niet naar omkijkt, zijn geholpen met het verkrijgen van medische hulp, onderdak, kleding, voedsel, een toekomstperspectief, dat kinderen van uitgeprocedeerde asielzoekers bezocht zijn door Sinterklaas en Zwarte Piet. Dit alles zou niet mogelijk zijn geweest zonder de bijdrage van onze donateurs. Dank u wel!

Namens het bestuur, medewerkers en vluchtelingen,

Mpanzu Bamenga

REFLECTIE EN VOORUITBLIK

Het eind van het jaar is bij uitstek de periode voor reflectie op het afgelopen jaar en een vooruitkijken op het komende jaar. Het afgelopen jaar kan weer niet anders beschreven worden dan zeer bewogen. Opvallend is dat het aantal hulpvragen voor opvang flink is gestegen. Per week vragen er tussen de vijf en vijftien mensen om opvang. Mensen die op straat zijn gezet of al een tijdje proberen te overleven en dat niet volhouden. Het moge duidelijk zijn dat, hoe graag we dat ook zouden willen, niet zulke aantallen mensen kunnen helpen.

Maar ook vaders of moeders die niet bij hun kinderen mogen blijven doen steeds meer een beroep op onze hulp. Een gedeelte van een familie mag blijven en van de ander wordt de vergunning niet verlengd of ingetrokken en moet Nederland verlaten. We proberen dan samen met de familie dit natuurlijk te voorkomen, maar dat lukt niet altijd of het is een zeer lange en moeizame strijd. Een totaal andere strijd in het afgelopen jaar, die helaas is verloren, is die tegen het strafbaar stellen van ongedocumenteerden. In de zogenaamde implementatiewet terugkeerbeleid is bepaald dat iedereen van wie is gezegd dat ze Nederland moeten verlaten en toch in Nederland blijft, een boete kan krijgen van maximaal 3800 euro en als je dat niet kunt betalen maximaal zes maanden in gevangenis kan worden gezet. Het geldt eigenlijk voor iedereen die door ons geholpen wordt; een boete op dat je bestaat! Helaas is de betreffende wet bijna geruisloos door het parlement aangenomen.

Wat de precieze gevolgen hiervan zullen zijn op de mensen die wij proberen vooruit te helpen, is nu nog niet helemaal duidelijk, maar wel dat het zeker geen positieve gevolgen zal hebben op vluchtelingen. Iedere keer dat een cliënt b.v. een nieuwe aanvraag doet om in Nederland te blijven, zoals een ouder die bij zijn of haar eigen kind wil blijven, kan een boete opgelegd krijgen. Het enkele risico om gestraft te kunnen worden wordt dan ook een extra barrière om je recht te kunnen gaan halen. Dit nog afgezien van alle andere barrières zoals de hoge leges en verhoogde griffiekosten. Maar dat belet mensen niet om hun recht proberen te halen en daar zullen we ze blijvend mee helpen.

Dit proberen te helpen, doen we komend jaar al 20 jaar. Jawel, Vluchtelingen in de Knel heeft een bescheiden feestje te vieren. Het is komend jaar 20 jaar geleden dat de Zusters van Liefde het initiatief hebben genomen om vluchtelingen met raad en daad bij te staan en in wiens voetsporen wij nog steeds werken. We willen stilstaan bij de duizenden (!) mensen die de afgelopen twintig jaar een beroep op onze inzet hebben gedaan en de mensen die nog iedere dag bij ons binnenlopen en onze hulp nodig hebben om een nieuwe toekomst te zoeken. En dat zullen we blijven doen.

 Willem-Jan van Wijk

EERSTE INDRUK

Mijn naam is Monique, 49 jaar en sinds eind oktober werkzaam als vrijwilligster. Volkomen blanco stapte ik eind oktober 2011 binnen bij “Vluchtelingen in de Knel”. Het enige wat ik wist was, dat ik graag wilde opkomen voor mensen en dan graag voor mensen die mijn inziens “monddood” waren gemaakt. Ik wilde graag gaan kijken of ik iets van een stem voor ze mocht gaan worden. Een mooi streven, maar ik had er nog geen notie van hoe dat vorm gegeven zou kunnen worden, totdat ik daadwerkelijk in ons kleine kantoortje geconfronteerd werd met het asielbeleid van nu.

Ik zag mensen binnen komen, enkel met een rugzak, zo van de straat. Je kon zien dat ze waarschijnlijk ook op diezelfde straat de nacht hadden doorgebracht. Er wordt wat eten gehaald en door één van de vrijwilligers een intakeformulier ingevuld, dat zo belangrijke papiertje, wat er hopelijk voor gaat zorgen dat men ergens een dak boven het hoofd krijgt en dat er naar ze om wordt gekeken. Ik leer dat we niet al deze mensen op kunnen vangen, het kantoortje zit namelijk elke dag vol met mensen die je onderdak en begeleiding zou gunnen.

Tijdens een gesprek samen met Willem Jan en een vluchteling uit Sierra Leone, hoorde ik Willem Jan zeggen: “sorry meneer we kunnen niets voor u doen”, gevolgd door een lange stilte. Vervolgens kan Willem Jan aan hem vertellen wat we wel voor hem kunnen doen. Het aanvragen van voedselhulp, bezoek aan de huisarts en eventueel medicijnen. Na een tijdje staat de man op en gaat… weer de straat op. Je mag en kan hier niet lang stil bij blijven staan, doe je dat wel zou het betekenen dat je de wereld wil verbeteren en geloof me, dat blijft  een onmogelijke taak. Maar in dat zelfde gesprek wordt er toch een start mee gemaakt, we bieden aan wat  binnenonze mogelijkheden ligt. Of deze man daar gebruik van gaat maken, ik heb geen idee … net zo min of ik deze man ooit nog terug ga zien. Schrijnend, maar wel de realiteit in ons land.

Ik zie ook mooie dingen, het moment dat we wél 2 mannen kunnen opvangen en wellicht meer voor ze kunnen gaan betekenen. Ik zal nooit vergeten, de brede glimlach op hun gezichten bij het vertrekken naar hun nieuwe onderkomen. Je zou kunnen denken, DIE glimlach daar ga ik voor! Echter ook bij minder hulp heb ik inmiddels dezelfde glimlach mogen zien:  wanneer we een afspraak mogen maken bij de zo nodige fysiotherapeut of bij een vrouw die binnen komt met een heel vrolijk kind die onbezorgd een speeltje uit de kast krijgt.

Nee, we kunnen de wereld niet verbeteren, maar misschien kunnen we ooit Nederland laten zien dat het anders kan en anders zou moeten. Ik hoop dat ik daar nog een tijdje aan bij mag dragen.

Diep respect heb ik gekregen voor al mijn collega’s, die mij laten zien dat menselijkheid nog steeds bestaat en bij “Vluchtelingen in de Knel” hoog in het vaandel staat!

 Monique van Zwieten

 WAARHEEN?

Nathalie, 30 jaar, komt uit Burundi, Vader was Tutsi, moeder Hutu. Zij was een jaar of tien, toen de strijd tussen Hutu’s en Tutsi’s losbarstte. ”Wat ik toen meemaakte, blijft mijn leven in mijn hoofd”, zegt Nathalie. Het gezin vluchtte naar Congo, maar ook daar waren zij verre van veilig.  Toen zij dachten dat het in Burundi rustiger was, gingen zij daarom terug. Maar veilig was het er nog lang niet: Moeder en zusje werden door de militairen gedood. Haar broer?….verdwenen. Haar vader werd ziek en Nathalie zorgde voor hem. Keer op keer kwamen de militairen geld eisen. Als mijn vader geen geld had werd hij afgeranseld. Eén keer heb ik tegen de militairen gezegd; ”Dood mij maar, laat mijn vader met rust”. Mijn vader stierf in wanhoop.

Ondertussen was ik klaar met mijn toelatingsexamen voor de universiteit. Ik zou economie gaan studeren. Maar ik stond helemaal alleen en het is nog gevaarlijker voor een vrouw alleen. Ik heb kunnen vluchten en kwam in Nederland terecht. Via de politie kwam ik in Ter Apel terecht voor een asielverzoek. Dat was in 2004. Binnen een paar maanden kreeg ik een  verblijfsvergunning.

Ik kwam in Eindhoven, leerde Nederlands en daarna ging ik naar het ROC voor een opleiding in de zorg. Al gauw kon ik beginnen te werken in een  verzorgingshuis. Ik heb er bijna vier jaar gewerkt. Ik werkte er zo graag. Ik werd weer gelukkig. Toen kwam als een donderslag bij heldere hemel het bericht dat mijn verblijfsvergunning niet verlengd zou worden. Daar had ik helemaal niet op gerekend. Mijn advocaat probeerde van alles, maar: “Nee,” zei de IND: “Burundi is veilig”. Mijn nachtmerries kwamen terug. Nu ben ik wanhopig. Ik wilde  niet meer leven. Ik probeerde een eind aan mijn leven te maken. Ik ben nu in behandeling bij een psychiater. Ik hoor vaak: “Nederland heeft zo’n behoefte aan mensen in de zorg”. Kan ik nog hopen? Een vriend van mij die in dezelfde situatie zit, zei laatst: “Ik bid tot God, dat Hij de mensen van de IND net zo erg laat lijden, als ik geleden heb”. Maar dat vind ik niet goed. Zo moet je niet bidden……

Opgetekend door Agnes Koekkoek, die in een land leeft, waar een iedereen zich wel grote zorgen maakt over een verdwaalde ORKA.

LAAT MOHAMMED TOCH BLIJVEN

Mohammed is in 2005 hier naar toe gekomen om de oorlog in Irak te ontvluchten. Na ongeveer twee jaar wachten in onzekerheid kreeg hij van de IND te horen dat hij hier zeker 5 jaar mocht blijven. Hij kon nu een eigen leven opbouwen. Hij huurde een huis, slaagde voor zijn rijexamen en kocht een auto. Verder begon Mohammed een eigen bedrijf. Hij startte met een lening een shoarmazaak in het zuiden van het land. Zijn zaak groeide uit tot een bloeiende eetgelegenheid waar Mohammed de dagelijkse leiding heeft en waar ook Nederlanders graag een broodje shoarma eten. Mohammed spreekt vloeiend Nederlands, heeft altijd keurig belasting betaald en nooit een beroep gedaan op een uitkering.

Inmiddels is de situatie in Irak veranderd en vindt de Nederlandse overheid het er voor Iraakse burgers veilig genoeg om weer terug kunnen keren naar hun eigen land. Dit heeft tot gevolg dat de verblijfsvergunning van Mohammed werd ingetrokken en hij moet terugkeren naar een voor hem onveilig land. In een klap wordt zijn leven en alles wat hij hier heeft opgebouwd weggevaagd. Hij heeft immers een goedlopende shoarma zaak, was een lening aangegaan en heeft personeel onder zich. Bovendien heeft hij een huurhuis, heeft Nederlandse vrienden, beheerst de taal; kortom Mohammed is helemaal geïntegreerd in de Nederlandse samenleving.

Het is enorm jammer dat de overheid totaal geen oog heeft voor mensen die vluchten voor geweld en in Nederland een nieuw leven willen opbouwen en daar dan ook in slagen. Mensen die niemand tot last zijn, een positieve bijdrage leveren aan onze samenleving en hun eigen geld verdienen door hard te werken zouden hier moeten kunnen blijven.

Moeten wij vanuit onze christelijke waarden en normen juist in deze decembermaand eigenlijk niet zeggen: Laat Mohammed toch blijven?!

                        Peter Arntz

MENS

Naamloos word je dichtgeslagen,

anoniem lig je in het donker

onder de planken.

Niemand pakt je op, zet je recht of opent je.

Niemand blaast het stof van je rug,

degene die nog zoeken zien niet

meer dan een product op papier.

 

Tim Walraven

WIST-U-DAT:

 –        één van onze cliënten een verblijfsvergunning heeft gekregen en hierdoor nu legaal bij zijn gezin kan zijn,

–        één van onze cliënten een uitstel van vertrek toegekend heeft gekregen in verband met  zijn medische situatie en weer opgevangen wordt door de overheid,

–        Sinterklaas en twee van zijn Pieten ook dit jaar de kinderen van Vluchtelingen in de Knel heeft bezocht en we samen een zeer gezellige middag hebben gehad,

–        we van plan zijn om ons twintig-jarig jubileum bescheiden te vieren op 20 juni  2012, de international Dag van de Vluchteling.  Noteert u het alvast in uw agenda?

Dit bericht is geplaatst in Nieuwsbrief. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *