Nieuwsbrief september 2013

Deze keer: Al dan niet gedwongen terugkeer / persoonlijke verhalen / Gerard van de Maasakkers / in memoriam burgemeester Rein Welschen

TERUGKEER

Beste lezer,

Voor u ligt de nieuwste nieuwsbrief van Vluchteling in de Knel (VidK) die aandacht besteedt aan het onderwerp terugkeer.
Vluchtelingen die een afwijzing hebben gekregen van de IND, krijgen een vertrekplicht opgelegd. Indien zij in beginsel niet binnen 28 dagen vertrekken dan krijgen zij ook een inreisverbod. Dit betekent dat ze twee of vijf jaren na vertrek uit Europa geen voet mogen zetten in het continent.

VidK zet zich slechts in voor terugkeer wanneer dat vrijwillig is en niet gedwongen. Alleen in de praktijk verlaten vluchtelingen moeizaam het grondgebied. Ze vrezen nog altijd voor vervolging, onmenselijke behandeling of kunnen buiten hun schuld om niet terugkeren, omdat hun land van herkomst niet meewerkt. Ze hebben geen recht op overheidsvoorzieningen en belanden op straat of in detentie, waardoor ze voor eeuwig getekend worden en in hun waardigheid aangetast. De menselijke potentie krijgt in deze onnodig geen kans om zich verder te ontplooien. VidK pleit daarom voor een duurzame oplossing voor deze mensen en vindt dat ze in afwachting van een langdurige oplossing in ieder geval recht zouden moeten hebben op overheidsopvang. In deze nieuwsbrief leest u verhalen van onze cliënten: Kamal, Ibrahim, Joseph, Mischa en Sumon. Deze verhalen zijn zeker geen uitzondering.

Mpanzu Bamenga

Nieuwsbrief september 2013

EEN FALEND VREEMDELINGENBELEID: VOOR HET LEVEN GETEKEND

Kamal is 16 jaar als hij van Afghanistan naar Nederland vlucht. Zijn vader had een stuk grond en moest van de Taliban papaver gaan verbouwen, dit terwijl president Karzai dit verboden had. Toen hij weigerde werd hij voor de ogen van Kamal vermoord. Kamal zelf onderging een mensonterende behandeling en werd voor dood achtergelaten.

De IND geloofde zijn verhaal niet, ondanks dat hij in Nederland diverse malen moest worden geopereerd aan zijn verwondingen en hulp kreeg van een psychiater. In Nederland vond hij steun bij de christelijke gemeenschap en raakte geïnteresseerd in het christendom. Op zijn 18de verjaardag moest hij het AZC verlaten en kwam op straat terecht.

Vluchtelingen in de Knel nam hem op in de noodopvang. In de tussentijd besloot Kamal om als christen door het leven te gaan en liet zich dopen. Hij voelde zich een ander mens. Omdat christenen in Afghanistan ernstig gevaar lopen vroeg hij opnieuw asiel aan. Ook deze keer werd hij niet geloofd.
Hij werd opnieuw op straat gezet en vrij snel daarna opgepakt en overgeplaatst naar vreemdelingenbewaring. Het duurde vijf maanden voordat ze hem gedwongen hebben uitgezet naar Kabul, Afghanistan. Zijn hoger beroepsprocedure liep nog.

In Afghanistan kon Kamal zijn geloof niet in vrijheid belijden. Hij kon geen bijbel bezitten en werd vaak aangesproken op het feit dat hij op vrijdag niet naar de moskee ging om te bidden. Dit wekte woede op van landgenoten waardoor Kamal meerdere malen is mishandeld en binnen Afghanistan heeft moeten vluchten. Hij kwam zelfs op een dodenlijst terecht.

“In de laatste dagen toen ik nog in Afghanistan was, had ik het opgegeven, ik voelde me geen mens meer.”

Vluchtelingen in de Knel, evenals zijn kerkgemeenschap, probeerde met hem in contact te blijven en waar mogelijk te helpen.
Toen kwam de uitspraak op het hoger beroep. Kamal kreeg gelijk! De IND had hem nooit mogen uitzetten en moet een nieuwe beslissing nemen op zijn asielaanvraag.

Vluchtelingen in de Knel nam contact op met de IND en de advocaat van Kamal om zijn terugreis te organiseren. Dit was nog niet zo makkelijk, hij moest immers naar Kabul reizen om bij de Nederlandse ambassade een visum te halen. Kabul was de stad die hij vol angst heeft moeten verlaten. Uiteindelijk lukte het hem en hij stapte in het vliegtuig om via Istanbul naar Nederland te vliegen.
Hij was bijna veilig, tot hij in Istanbul moest overstappen. Er bleek iets niet te kloppen met zijn visum. Ze dreigden hem terug te sturen naar Afghanistan, in paniek belde Kamal naar Vluchtelingen in de Knel. Na veel overleg met de luchtvaartmaatschappij en de Turkse douane kon hij zijn reis toch voortzetten. Compleet uitgeput lande hij op een zondag morgen in februari op Schiphol.
Kort daarop kreeg hij de definitieve beslissing van de IND; hij werd erkend als vluchteling, eindelijk..

Ondanks zijn veiligheid in Nederland gaat het niet goed met Kamal. Zijn onterechte uitzetting laat zijn littekens achter. Zijn jonge maar zwaar traumatiserende leven heeft zoveel kapot gemaakt dat het tijd nodig heeft om te kunnen helen. Hij krijgt hulp van de kerkgemeenschap en opnieuw van een psychiater, ook heeft hij af en toe nog contact met Vluchtelingen in de Knel wie hij eeuwig dankbaar zegt te zijn.

Nienke Brenders

EEN ONMOGELIJKE KEUZE

In november 2009 komt er een rustige, maar uitgeputte, man uit Darfur (Soedan) aanlopen bij Vluchtelingen in de Knel, Ibrahim Fadlalla Abdalmula.
Hij is pas 4 maanden in Nederland en sinds 2 weken uitgeprocedeerd en op straat gezet. Hij vertelt dat hij bij IND zijn verhaal graag wilde vertellen maar steeds te horen kreeg dat hij het kort moest houden.

Na bestudering van zijn dossier zien we kans in een tweede asielprocedure en bieden hem tot het moment van indienen een kamer aan in onze noodopvang. Ondanks een grondig Onderbouwde asielaanvraag (die 18 maanden voorbereiding heeft gekost) heeft IND negatief beslist, omdat ze geen referentiemateriaal voor verschillende aangeleverde stukken hadden en er dan vanuit gaan dat ze vals zijn.

Ibrahim is verslagen. Hij ziet in dat het leven in Nederland zal bestaan uit angst, zich ongewenst voelen en (vreemdelingen)detentie. Het raakt me als hij zegt dat hij het gevoel heeft te moeten kiezen tussen de gevangenis hier of de gevangenis daar. Met het verschil dat de politie dáár geen argumenten gebruikt met de risico’s van dien, maar dat hij in Nederland ook buiten de gevangenis niet mag leven: geen huis, geen werk.

Op 27 augustus 2013 is hij terug gegaan naar Soedan en een week later heeft hij me gebeld. Hij was blij dat de autoriteiten ‘maar €500 hadden gepakt van het geld dat hij van IOM meegekregen had om daar iets op te bouwen’ en dat hij niet meteen vast gezet is, wel wordt hij streng gecontroleerd door de autoriteiten. We houden contact met hem en hopen dat hij echt vrij zal zijn binnenkort en zijn plan om een internetcafé te openen zal lukken.

Monike Walraven

‘GEEN INCIDENTEN’

Joseph komt op twintigjarige leeftijd uit Sierra Leone via Gambia naar Nederland.
Omdat hij weigerde zijn vader als sub-chief op te volgen en zich bekeerd had tot het christendom, voelde hij zich in Sierra Leone niet langer veilig. Zijn pastoor hielp hem om te vluchten.
In Nederland dient hij een asielaanvraag in, maar die wordt afgewezen omdat zijn verhaal door de IND onvoldoende geloofwaardig wordt bevonden. Intussen is wel duidelijk geworden dat Joseph zware psychische problemen heeft, getraumatiseerd is, ernstig in de war is, en niet in staat is zich zelfstandig te redden. Er zijn bovendien aanwijzingen van zwakbegaafdheid.
Joseph wordt daarom na de afwijzing niet op straat of in detentie gezet, maar mag in de overheidsopvang blijven.

Toch komt Joseph twee jaar later wel in detentie terecht. Dat gebeurt als hij met een vriend vlak over de grens met Duitsland door de politie wordt staande gehouden.
Een probleem met de TomTom, verklaren Joseph en zijn vriend. Een illegale grensovergang, concludeert de Duitse politie.

Joseph wordt naar Nederland gebracht en in detentie gezet.
Omdat hij in 2007 via Gambia naar Nederland is gevlogen, bereidt de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) een uitzetting naar Gambia voor.
Dat Joseph niet uit Gambia maar uit Sierra Leone komt, en dat de GGZ-behandelaar aangeeft dat er grote risico’s bestaan als Joseph alleen in Gambia wordt achtergelaten, blijkt voor DT&V onvoldoende reden om de uitzetting te staken. Kennelijk, stelt Josephs advocaat, vraagt niemand zich af hoe iemand in Josephs toestand zonder geld of reispapieren in zijn eentje 700 kilometer en twee landsgrenzen naar Sierra Leone zou moeten overbruggen.

De rechter wil de zaak nader bekijken en geeft door dat Joseph tot die tijd niet mag worden uitgezet.
Dit bericht komt niet goed aan.
Joseph wordt uit zijn cel gehaald, mag niet meer met zijn advocaat bellen, en wordt in een busje naar Schiphol gebracht. Van daaruit wordt hij onder begeleiding van de marechaussee naar Gambia gevlogen. Voor de vlucht wordt hij horizontaal in een ‘bodycuff’ geplaatst, waarbij zijn voeten en handen zijn vastgebonden. Ook tijdens het opstijgen ligt hij op de vloer van het vliegtuig, met zijn hoofd tegen de benen van de bewakers gedrukt. Joseph vertelt later dat hij ook een prop in zijn mond gedrukt heeft gekregen omdat hij teveel schreeuwde en huilde.
‘Geen incidenten’, staat later in het officiële rapport te lezen.

Twee dagen na de uitzetting beslist de rechter dat Joseph naar Nederland teruggehaald moet worden. Het zal dan nog twee weken duren voordat hij daadwerkelijk terugkeert – twee weken waarin hij op straat moet overleven.

Bij terugkeer in Nederland komt hij via zijn advocaat bij Vluchtelingen in de Knel terecht. De hardhandige uitzetting heeft zijn sporen nagelaten: Joseph is verward, slaapt slecht, en kan plotseling in woede uitbarsten als hij aan de uitzetting wordt herinnerd. Zijn verblijfsperspectief is bovendien nog steeds onzeker.
Vluchtelingen in de Knel werkt er samen met de advocaat hard aan om de schrijnende situatie van Joseph bij de autoriteiten aan te kaarten en voor hem alsnog een stabiel toekomstperspectief  te realiseren.

Maaike Graaff

EEN STUDENT VAN HET ‘STRAAT-COLLEGE’

“Nu ben ik wel weer gewend, ik red me wel.” zegt de 27-jarige Misha met een klein lachje als ik door de telefoon vraag hoe het met hem gaat.
Ongeveer elf maanden geleden keerde hij terug naar Georgië. In het begin had hij last van de cultuurverschillen en moest weer wennen aan zijn geboorteland. Hij kwam namelijk op 16-jarige leeftijd naar Nederland, maakte daar zijn (identiteits-vormende) pubertijd door, leerde Nederlands, integreerde en startte met een opleiding administratie.
Deze opleiding mocht hij helaas vanwege zijn verblijfsrechtelijke situatie niet afmaken.
Toen hij 18 jaar werd, werd zijn verblijfsvergunning ingetrokken. Zoals hij het zelf omschreef: “ik studeerde daarna verder aan het ‘Straat-college’”. Hij moest overleven, aangezien hij niet meer mocht studeren of werken en geen recht meer had op overheidsvoorzieningen.
Hij leerde zichzelf hoe hij kon overleven op een eerlijke wijze. Als intelligente en gelovige jongeman leerde hij netwerken, hoe hij mensen kon benaderen en om hulp kon vragen en vond creatieve oplossingen.

Toen ik hem in 2010-2011 een aantal maanden begeleidde was zijn standpunt stellig, hij zou niet teruggaan naar Georgië. Een half jaar later kwam hij opnieuw naar me toe. Het leven in de illegaliteit werd hem toch te zwaar en hij wilde terug naar Georgië in de hoop daar iets op te kunnen bouwen. Een moeilijke keuze, maar de knoop was doorgehakt. Hij oriënteerde zich zeer goed en ontwikkelde een gedegen terugkeerplan.

Hij heeft nu een eigen auto-poets bedrijf en regelde al vanuit Nederland zijn eerste klanten. Normaal gesproken loopt zijn bedrijf goed, maar nu door de zomertijd is het toch wat magertjes. Maar zoals hij mij geruststelde door de telefoon, hij is weer gewend aan Georgië en zijn overlevingsinstinct en capaciteiten zorgen er voor dat hij ook deze wat magere zomertijd wel doorkomt.

Dianne Horsting

TUSSEN WAL EN SCHIP

Sumon vluchtte op zeer jonge leeftijd vanuit Birma naar Bangladesh.
Hij behoorde in Bangladesh tot een minderheidsgroep waardoor hij ook daar in de problemen kwam en werd gediscrimineerd. Hij kwam in Bangladesh niet in aanmerking voor identiteitspapieren. Hij besloot op zijn achttiende jaar naar Nederland te vluchten.

Hij vroeg asiel aan maar dat werd door de IND afgewezen. Sumon moet terug naar zijn eigen land. Hij wil en kan niet illegaal op straat leven en besluit daarom om terug te keren.
Vluchtelingen in de Knel vangt hem op om hem te helpen bij zijn terugkeer. De vraag is alleen naar welk land.
Hij is geboren in Birma maar opgegroeid in Bangladesh.
Om terug te kunnen keren naar Bangladesh dan wel Birma heeft hij reisdocumenten nodig.

Sumon schrijft brieven naar beide ambassades. Omdat hij niet kon aantonen met een document wie hij is weigeren beide landen hem reisdocumenten te geven. Hij heeft ook aan de Dienst Terugkeer en Vertrek gevraagd of zij willen helpen om een reisdocument te krijgen en een opvangplek. Er werd gezegd dat ze hem niet konden helpen met opvang omdat hij geen documenten heeft.
Dit lijkt een grote tegenstelling, de reden dat hij om hulp vraagt is immers omdat hij geen documenten heeft. Hij kan Nederland niet uit en zit hier vast.
De IND wil hem geen verblijfsvergunning geven en dus wordt hij gedwongen hier illegaal te leven. Ondertussen voorziet de overheid niet in zijn opvang.
Hij is aangewezen op de noodopvang van Vluchtelingen in de Knel.
Ondanks zijn wil om terug te keren en zijn actieve houding om dit te realiseren laat de Nederlandse overheid hem in de steek.
Hij wordt “illegaal”en “crimineel” gemaakt, buiten zijn schuld om.

Sumon is niet de enige bij wie het land van herkomst niet wil meewerken om aan een reisdocument te komen. Er zijn vele anderen die graag terug willen naar hun land van herkomst maar dit niet kunnen omdat de autoriteiten van het land weigeren om haar onderdanen terug te nemen. De IND weigert hen ook een vergunning te geven. Zo belanden deze mensen tussen wal en schip en zitten zij in een uitzichtloze situatie.

Peter Arntz

WIST-U-DAT

  • Er sinds onze vorige nieuwsbrief maar liefst 31 cliënten een verblijfsvergunning hebben gekregen! Het betreft 15 volwassenen, 3 kinderen boven de 18 jaar en 13 minderjarige kinderen. Daarvan hebben 7 cliënten een asielstatus gekregen, waarbij de cliënten erkend zijn als vluchteling, 14 verblijfsvergunningen op grond van het Kinderpardon, 8 hebben een toezegging van staatssecretaris Teeven i.v.m. hun bijzondere en schrijnende situatie, 1 op verblijf bij kind en 1 op overige gronden.
  • Wij steeds vaker merken dat er cliënten onterecht, gedwongen worden uitgezet. Zo werden er twee bij ons bekende cliënten teruggehaald naar Nederland, nadat bleek dat de uitzetting onterecht was en ook een collega organisatie heeft hier ervaring mee. Op dit moment proberen de Nederlandse autoriteiten een Somalische cliënt van ons uit te zetten naar Tanzania en gaat de advocaat naar het Europees Hof.
  • De Brabantse zanger Gerard van de Maasakkers ambassadeur is geworden van onze stichting. Hierover zegt hij:

“Als ik ooit naar een ander land zou moeten vluchten, hoop ik maar dat de mensen daar zich over mij zouden ontfermen”

IN MEMORIAM

Op 17 september jl. is de heer Rein Welschen overleden.
Hij was van 1992 tot 2003 burgemeester van Eindhoven en werd door velen zeer gewaardeerd. Huidig burgemeester de heer Van Gijzel prees hem om zijn inzet, zijn scherpe politieke analyse en zijn vermogen om visie te koppelen aan goede plannen.

De heer Welschen heeft het werk van Stg. Vluchtelingen in de Knel altijd een warm hart toegedragen en was sinds 2005 lid van ons comité van aanbeveling.

Eind 2005 werd hij ziek, maar hij verloor zijn levensenergie niet. Bij een oud bestuurslid van Stg. Vluchtelingen in de Knel gaf hij aan dat hem nog tijd was gegeven om van te genieten, maar ook om nog eens flink bezig te zijn. “Ik moet weer aan de slag”, zei hij, “want sommige dingen gaan niet goed en daar wil ik wat aan doen!”

Wij zijn de heer Welschen zeer dankbaar voor zijn steun aan ons werk en zijn betrokkenheid bij onze doelgroep. Wij wensen zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen veel sterkte met dit verlies.

Dit bericht is geplaatst in Nieuwsbrief. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *