Nieuwsbrief december 2013

Deze keer: -Dwingt het ECSR Nederland tot de opvang van uitgeprocedeerden? -Van vluchteling tot vrijwilliger. -Bezuiniging op rechtsbijstand treft vluchtelingen hard; -En eh… Donateurs, bedankt!

DONATEURS: BEDANKT!

Opnieuw is er een jaar voorbij gegaan waarin Stichting Vluchtelingen in de Knel mede dankzij uw steun vele vluchtelingen heeft kunnen helpen. Het was een jaar met vele tegenstellingen. Nog niet eerder hebben in één jaar tijd  zoveel van onze cliënten een verblijfs- vergunning en daarmee een toekomst gekregen. Daarentegen zijn we vele malen ontsteld geweest over de hardheid van het Nederlandse beleid en de uitvoering daarvan.
Steeds vaker hebben cliënten ernstige psychiatrische klachten, ontstaan in het land waarvan ze gevlucht zijn en in stand gehouden en zelfs verergerd door de situatie hier. Onterechte uitzetting naar het land van herkomst of zelfs naar een derde land, voortslepende procedures, onzekerheid. Het leiden van een menswaardig bestaan is niet vanzelfsprekend. Toch willen veel van onze cliënten, ondanks de moeilijke situatie waarin ze verkeren, zich ook inzetten voor een ander. De dagelijkse zorg op je nemen voor een vriend die geopereerd is, koken voor een huisgenoot, iemand helpen met boodschappen doen en wegwijs maken in Eindhoven, een deel van je leefgeld  doneren aan Giro 555 voor de mensen op de Filipijnen. Laat het een inspiratie zijn voor ons allen.
Ik mag u namens de vluchtelingen, de vrijwilligers, het kernteam en het bestuur bedanken voor uw steun in het afgelopen jaar. Omdat de vraag om hulp nog altijd groter is dan we kunnen bieden, hopen we ook in  het nieuwe jaar op uw steun. Wij wensen u fijne dagen en een gelukkig en gezond 2014 toe.

Wim Steenbergen
Voorzitter bestuur Vluchtelingen in de Knel

 

OPVANG?

Voor u allen komt het helaas heel bekend voor: uitgeprocedeerde asielzoekers in Nederland krijgen op dit moment, in de regel, geen opvang of andere bijstand van de Nederlandse overheid. Organisaties zoals Vluchtelingen in de Knel proberen deze mensen zoveel mogelijk hulp te bieden.

De Protestantse Kerk Nederland (PKN) is ook zo’n hulpverlener en heeft op 17 januari jl. een klacht ingediend bij het Europees Comité voor Sociale Rechten (ECSR) omdat ze vindt dat mensen het recht hebben op enkele basale voorzieningen zoals voedsel, kleding en onderdak. De PKN baseert zich hierbij op het Europees Sociaal Handvest (ESH).

Het ECSR is een gezaghebbend comité van onafhankelijke deskundigen. In de praktijk worden in de meerderheid van de gevallen de bevindingen uit een rapport van het ECSR in acht genomen door de verdragspartijen en wordt het bestreden beleid aangepast zodat het wel voldoet aan het ESH.

Nederland heeft al eerder te maken gehad met het ESCR, het ging  toen om uitgeprocedeerde gezinnen met kinderen die op straat werden gezet. Op 20 oktober 2009 oordeelde het ESCR dat lidstaten kinderen zonder rechtmatig verblijf opvang behoren te geven, zolang het kind onder hun jurisdictie valt. In een reactie stelde de toenmalige minister van Justitie dat deze uitspraak juridisch niet bindend is. Uiteindelijk heeft de Hoge Raad op 24 september 2011 de uitspraak van het ECSR bevestigd, wat uiteindelijk heeft geleid tot de opvang van kinderen en gezinnen in gezinslocaties.

Op 25 oktober 2013 heeft het ECSR op de klacht van de PKN in een voorlopig besluit geoordeeld dat de Nederlandse overheid moet zorgen voor basale voorzieningen voor mensen zonder rechtmatig verblijf. Kortweg betekent dit dat uitgeprocedeerde asielzoekers niet zonder voorzieningen op straat mogen worden gezet.

U denkt dan meteen, dat is goed nieuws! Het verzoek van het ECSR om deze voorlopige maatregelen te nemen is echter juridisch niet bindend. Nederland kan het naast zich neerleggen en dat is ook gebeurd. De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, de heer Teeven, heeft in reactie op het voorlopig standpunt van 25 oktober jl. van het ECSR gezegd dat de conclusie gerechtvaardigd is dat uit het voorlopig standpunt volgt dat het koppelingsbeginsel, dat uitgeprocedeerde asielzoekers uitsluit van voorzieningen, onverkort kan worden gehandhaafd.

Hij geeft aan dat er voorzieningen beschikbaar zijn voor uitgeprocedeerde vreemdelingen en dat de verlening van medisch noodzakelijke zorg te allen tijde mogelijk is. Hij wacht het definitieve oordeel van het ECSR af en doet voorlopig dus niets.
Wanneer dat definitieve oordeel er komt, is niet bekend.

Mark van den Hoff

 

JE NAASTE

Zorgen voor je naaste. Evident en natuurlijk zijn deze woorden, maar vanzelfsprekend niet. Meer en meer zijn wij genoodzaakt om een beroep te doen op onze naaste, simpelweg omdat we als sociaal wezen een ander nodig hebben voor ons welzijn.

Ook vluchtelingen doen hierop een beroep. Wanneer ze in eerste instantie niet door de Staatssecretaris van Justitie als zodanig erkend worden, komen ze vaak op straat terecht, aangezien velen vrezen voor de situatie in hun land van herkomst en/of geen papieren hebben om terug te keren. De keuze om op straat te moeten overleven lijkt voor hen te zijn gemaakt. Eenmaal op straat gaan ze op zoek naar mogelijkheden om te overleven. Ze kloppen aan bij vrienden, kennissen, landgenoten en omstanders. Wanneer ook zij geen gehoor geven aan hun noodkreet, komen ze bij Vluchtelingen in de Knel (VidK) terecht voor hulp.

Door de centrale overheid wordt het ze niet makkelijk gemaakt. Het wetsvoorstel strafbaarstelling van illegaal verblijf is daar een voorbeeld van. Een ander voorbeeld is het voornemen om per 1 januari 2014 onverzekerbare vreemdelingen minimaal 5 euro per medicijnregel te laten betalen.  Indien zij niet kunnen voldoen aan deze eigen betaling van 5 euro, dan mogen apotheken weigeren de noodzakelijke medicijnen mee te geven. Verder is er geen maximumbedrag per jaar gesteld aan de eigen betaling. Het bestaansrecht van de vluchteling komt daardoor in gevaar.

Afgewezen vluchtelingen kunnen geen verzekering afsluiten, hebben in Nederland geen recht om arbeid te verrichten en loon te ontvangen om te voorzien in hun basisbehoeften en zorgkosten te betalen. Voor hun voortbestaan zijn ze daarom vaak afhankelijk van de goodwill van naasten. De centrale overheid lijkt zich steeds minder hiervoor verantwoordelijk te voelen. Wanneer mensen worden onthouden van medisch noodzakelijke medicatie kunnen de gevolgen desastreus zijn. Verder gaat deze maatregel in tegen internationale afspraken. Nederland heeft haar handtekening gezet onder verschillende, en niet de minste,  mensenrechtenverdragen waarin het recht op medisch noodzakelijke zorg voor een ieder is vastgelegd. Te denken valt aan de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens (art. 25); het Internationaal Verdrag Inzake de Economische, Sociale en Culturele Rechten (art. 12); en het Europees Sociaal Handvest (art. 11).

Het Europees Comité voor Sociale Rechten is duidelijk en heeft haar oordeel gegeven over de wijze waarop de centrale overheid omgaat met afgewezen vluchtelingen: deze groep mensen mogen niet worden uitgesloten van voorzieningen waarmee zij in hun basisbehoeften (onderdak, kleding en voedsel) kunnen voorzien. Daarmee bevestigen zij hetgeen waar VidK voor staat: de basisrechten, oftewel het recht om te bestaan.

Afgewezen betekent niet altijd ‘geen perspectief’. Zoals u in de vorige editie van onze nieuwsbrief hebt kunnen lezen, hebben wij gemiddeld 1 persoon per week begeleid naar een toekomst- perspectief (bv. een verblijfsvergunning voor langdurig verblijf).  Dit doet mij eraan denken dat velen van deze mensen, die nu inhumaan behandeld worden, dezelfde mensen zijn die later dit land mee helpen opbouwen en degene zijn die wanneer u dat nodig heeft voor u gaan zorgen.

Mpanzu Bamenga

 

VAN VLUCHTELING TOT VRIJWILLIGER

“In 2007 kwam ik als uitgeprocedeerde asielzoeker terecht bij Vluchtelingen in de Knel. Na in 2000 vanuit mijn thuisland Guinee in Nederland terecht te zijn gekomen, in paniek weggevlucht, heb ik jarenlang tevergeefs geprocedeerd  om hier te mogen blijven. Ik zou dus moeten vertrekken of illegaal verblijven in Nederland.

Mijn vriendin Marloes en ik hadden al bijna de moed opgegeven, toen het Generaal Pardon werd afgekondigd. We werden door een vriend gewezen op het bestaan van Vluchtelingen in de Knel. Monike hielp ons (samen met Willem-Jan) alle benodigde documenten te verzamelen, steunde ons emotioneel, wist met ons een persoonsverwisseling bij de instanties met een andere Amadou te ontwarren en zorgde voor contact met een doortastende advocate die er voor zorgde dat ik op basis van het Generaal Pardon toch echt in Nederland mocht blijven. We waren lamgeslagen van opluchting en uitzinnig van blijdschap. Maar hoe bedank je iemand nou voor het redden van je leven? Een kaartje met iets lekkers (wat het wel werd) is een enorm understatement.

Het contact met Monike bleef en we werkten verder vooral keihard aan de opbouw van ons leven. Ik heb sinds ik mijn verblijfsvergunning heb altijd een baan gehad, we hebben een fijn huis en het allerbelangrijkste: onze geweldige tweejarige zoon Malick. Die hadden we misschien beter Monick-Willem-Jan kunnen noemen, want zonder hen hadden we hem misschien nooit of nog niet gekend. Tijdens het bekijken van de serie ‘Uitgezet’ die dit jaar werd uitgezonden, kwamen de frustraties over het Nederlandse vluchtelingenbeleid bij ons weer naar boven. Op de site van Vluchtelingen in de Knel zagen we dat er nog vrijwilligers nodig waren en we meldden ons aan bij Dianne. Sinds september helpen we mee aan het onderhoud van de huizen die Vluchtelingen in de Knel inzet voor de opvang van cliënten. Ook ben ik laatst met een cliënte uit mijn thuisland naar een medische afspraak geweest om te vertalen en heeft Marloes meegeholpen om een Sinterklaasmiddag voor de kinderen van cliënten te verzorgen. Ik vind het mooi om mensen die in een voor mij herkenbare situatie zitten te helpen met praktische dingen. Kleine dingen voor iemand die alles heeft, maar vaak een heel gebaar voor iemand in een knellende situatie. Soms kan ik ze ook hoop geven om vol te houden door te vertellen dat ik in dezelfde onmogelijke situatie zat en nu dit kan doen. Onze manier van toch een klein beetje “terugbetalen” voor het onbetaalbare dat wij van Vluchtelingen in de Knel kregen.”

Amadou Bah, geïnterviewd door Marloes Daamen

 

BEZUINIGEN OP EVENWICHT

Vreemdelingen hebben tijdens hun verblijfsprocedures recht op bijstand door een advocaat. In zekere zin financiert de overheid daarmee de weerstand tegen haar eigen beslissingen – gefinancierde rechtsbijstand in procedures tegen de overheid biedt een vorm van evenwicht. Dat is een groot goed.

Momenteel staat die financiering echter zwaar onder druk. Per 1 oktober 2013 is een fors aantal bezuinigingsmaatregelen in de rechtsbijstand in werking getreden. Volgens Teeven, sluiten die maatregelen aan bij de ‘maatschappelijke veranderingen’ waarin een grotere verantwoordelijkheid van burgers en een afnemende rol van de overheid centraal staan. “Het probleemoplossend vermogen van mensen zelf is door de jaren heen sterk gegroeid. Het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand moet aansluiten bij die tijdgeest”, zegt hij.

Ook voor vreemdelingen zonder verblijfsrecht is flink gesneden in de rechtshulp. Kennelijk worden zij ook beschouwd als burgers met eigen verantwoordelijkheid en probleemoplossend vermogen. Opmerkelijk, want welke vreemdeling is in staat zijn eigen bezwaarschrift te schrijven, of weet zijn weg te vinden in de complexe materie van het Nederlandse vreemdelingenrecht? Toch worden zij m.n geraakt. Met het nieuwe stelsel is er aanzienlijk minder geld beschikbaar voor rechtszaken waarin door de rechter uitspraak wordt gedaan zonder een zitting te organiseren, en voor bezwaren die zonder meer worden afgedaan zonder de vreemdeling te horen. Juist in het vreemdelingenrecht gebeurt dat vaak: over de afgelopen drie jaar is in meer dan 90% van de hoger beroepszaken uitspraak gedaan zonder zitting. En ook de IND heeft de gewoonte om bezwaren af te wijzen zonder de vreemdeling eerst te horen.

Waren die zaken dan bij voorbaat kansloos? Startten vreemdelingenadvocaten procedure na procedure, alleen maar om geld te verdienen, zoals door sommige politici wel wordt gesuggereerd? Nee, weten we bij Vluchtelingen in de Knel. Dat zonder zitting op een hoger beroep wordt beslist, heeft niets te maken met de slagingskans. Ook zaken zonder zitting kunnen slagen, en in de meeste zaken zonder zitting komen belangrijke rechtsvragen aan de orde. Er zijn zelfs zaken die de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State zo ingewikkeld en belangrijk vindt, dat besloten wordt om ze voor te leggen aan het Europese Hof van Justitie, maar waarbij de eindbeslissing door de Nederlandse rechter toch wordt genomen zonder een zitting te organiseren. Dat er in zo’n zaak geen zitting is, heeft met nodeloos doorprocederen dus niets te maken.

Met het nieuwe vergoedingenstelsel is het voor vreemdelingen in Nederland ontzettend lastig om een succesvol hoger beroep in te dienen. Advocaten hebben immers tijd nodig om een zaak zorgvuldig voor te bereiden en daar staat nu nog maar een geringe vergoeding tegenover. De Raad van State en de Nederlandse Orde van Advocaten hebben hierover hun zorgen al maanden geleden geuit. Zij spraken van een onaanvaardbare en ongenuanceerde bezuiniging die het de facto onmogelijk maakt om in het hoger beroep vreemdelingen rechtsbijstand te verlenen. De Staatssecretaris is dus wel degelijk geïnformeerd over de ernstige gevolgen voor de rechtsbescherming van vreemdelingen, maar heeft toch geen reden gezien de regeling aan te passen. Er zijn bewust maatregelen doorgevoerd die de rechtspositie van vreemdelingen onevenredig hard treffen. Gaat het daadwerkelijk om maatregelen om onnodig gebruik van rechtsbijstand tegen te gaan? Of heeft de overheid de weerstand tegen haar eigen beleid willen wegbezuinigen?

Inmiddels heeft Staatssecretaris Teeven beloofd opnieuw naar de maatregelen te zullen kijken. Tot die tijd vrezen wij dat het voor onze cliënten lastiger zal blijken om goede rechtshulp te krijgen, terwijl de regelgeving waar zij mee te maken hebben almaar complexer wordt.

Maaike Graaff

 

WIST-U-DAT..

  • er sinds het verschijnen van de vorige nieuwsbrief 12 cliënten een verblijfsvergunning hebben gekregen? Het betreft drie mensen die alsnog erkend zijn als vluchteling, één cliënt heeft met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning gekregen op medische gronden en meteen aansluitend een verblijfsvergunning op humanitaire gronden, twee mensen hebben op grond van hun schrijnende situatie een status gekregen en zes mensen (waarvan vier kinderen) hebben verblijf bij hun familie gekregen (verblijf bij ouder, kind of partner).
  • er één cliënt uitstel van vertrek toegekend heeft gekregen en daarmee weer recht heeft op overheidsopvang en voorzieningen?
  • de rechter in een zaak van een psychisch zieke cliënt heeft besloten dat er geen inreisverbod opgelegd had mogen worden?
  • wij weer een gezellig Sinterklaasfeest hebben gevierd met onze cliëntjes?

 

Leden van het Comité van aanbeveling:

  • Zuster Veronique van Woerkum – ex-algemeen overste en houdster van de erepenning van Eindhoven.
  • Theo van Boven – emeritus hoogleraar internationaal recht.
  • Thom Aussems – directeur-bestuurder Woningbouwvereniging Trudo, Eindhoven.
  • Annelie Stevens-Ruiters – directeur GGD Brabant-Zuidoost.

 

Voortaan zelf de nieuwsbrief ontvangen?

Schrijf je hier gratis in!

 

Dit bericht is geplaatst in Nieuwsbrief. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *