Verhalen van vluchtelingen

Vluchtelingen in de Knel

We horen allemaal wel eens wat, we lezen erover in de krant… maar het echte verhaal van de vluchteling komt zelden aan bod. Waarom is iemand z’n land ontvlucht,  wat gebeurt er met je in een vreemd land, welke hoop en welke dromen hebben vluchtelingen…

Het verhaal van Jean-Marie in Vreemdelingenbewaring
Verhaal van Idras
Tien jaar in Nederland
Adib vertelt zijn verhaal
Kinderen op de vlucht
Noem mij maar Carlos
Een kerstverhaal uit 2009
Het verhaal van Esparanza
“Recht op leven voor iedereen”
Luis kan weer aan zijn toekomst werken
Vluchtelingen in detentie
Noël: kerstfeest in Congo
Tussen hoop en vrees
Feest maand… feesten!
Vakantietijd: je hoofd wordt weer open.


KINDEREN OP DE VLUCHT

 

(Zomer 2010)

 

Wordt er niet te weinig aandacht besteed aan kinderen op de vlucht? Ze komen mee, als hun ouders vluchten en de ouders komen in de procedure terecht, worden verhoord, nog eens verhoord, enzovoort. Wat maken hun kinderen mee? Ik denk aan Judith… Toen zij hier kwam, was ze een meisje van vijf jaar oud; haar moeder was zwaar getraumatiseerd vanwege een verkrachting en haar broertje was drie jaar. Binnen twee jaar zes verschillende opvangplaatsen, en daardoor zes verschillende scholen. Na de zesde school zei Judith tegen haar moeder: “Mama, ik maak geen vriendinnetjes meer, ik moet toch iedere keer weer weg”. Een kinderpsychologe, die ik dit vertelde, zei me dat ik niet moest onderschatten wat dit kind meemaakt en wat voor gevolgen dit kan hebben.

Haar broertje Hamsa was heel angstig: ’s avonds als hij naar bed moest, wilde hij zoveel mogelijk dozen om zijn bed. En wat groter, zei hij tegen zijn moeder: “Mama, je moet geld sparen, dan kunnen we een huis kopen”. Hij wilde een thuis, om te blijven. Toen ik eens bij hen op bezoek kwam, liet hij mij zijn aquarium met vissen zien. De keer ervoor zwommen ze nog gewoon in een bokaal. “Wat zullen de vissen blij zijn”, zei ik. “Ja”, zei hij “maar het zijn ook Nederlandse vissen, die krijgen wel een huis”.

Voordat zij, na acht jaar eindelijk door het Generaal Pardon een huis kregen, woonden zij telkens in een andere noodopvang. In de laatste noodopvang leefden, sliepen en aten vader, moeder en drie kinderen in een kamer. Er was een centrale keuken. Geen wonder dat Hamsa op een keer zijn zusje Judith vroeg om hem te helpen een brief te schrijven naar de Koningin. De eerste zin was: Koningin, geef ons alstublieft een huis! Hamsa was altijd bezig met een huis hebben, wonen. Op school hoorde hij over de zwaluwen die elk jaar wegtrekken en weer terugkomen. En Hamsa vroeg thuis: “Kunnen we dat ook niet doen? Een tijdje weggaan, en dan terugkomen als we een huis hebben?”

Het gezin heeft inmiddels Generaal Pardon gekregen en woont in een goed huis, met goede buren. Het eerste wat de ouders zeiden was:”We willen niet meer zijn als dieren, die alleen maar hun mond hoeven open te houden om te eten, we willen werken!”.

Ik heb Marvan, Ali, Judith, Hamsa en Adam in mijn hart gesloten; ik zal hen nooit vergeten!

Terug naar boven



Noem mij maar Carlos

(Voorjaar 2010)

Ik kom uit Angola. Toen ik naar Nederland kwam, kreeg ik  een status, omdat ik minderjarig was. Maar eenmaal 18 jaar geworden, werd ik op straat gezet. Ik mocht niet meer naar school, maar ook niet werken. Bovendien werd ik ernstig ziek en werd geopereerd. Ik kwam in vreemdelingenbewaring terecht en raakte psychisch helemaal in de knoop.

 

Weer op straat gezet, kwam ik in contact met Vluchtelingen in de Knel en kreeg psychiatrische begeleiding en onderdak. Het ging de goede kant op tot ik zomaar door de politie werd opgepakt en in de cel belandde, alleen maar omdat ik zonder verblijfsvergunning in Nederland verbleef. Toen zag ik geen uitweg meer. Ik werd vrijgelaten, maar moest elke dag naar het politiebureau om te stempelen. Gelukkig ging er steeds iemand van de adoptiegroep van de Ontmoetingskerk mee, want ik was ontzettend bang geworden voor de politie.

Eindelijk kreeg ik met hulp van Vluchtelingen in de Knel een verblijfsvergunning. Als u eens wist wat je daarvoor moet doen en hoe lang het wachten op de uitslag duurt. Ondertussen volg ik een opleiding om de schoolachterstand in te halen. Ook ben ik zover dat ik een kamer heb gevonden. Dat is best moeilijk, want hoe vind je een kamer als je geen uitkering hebt en ook niet mag werken? En hoe krijg je een uitkering of bankrekening als je geen woonadres hebt? Ik heb stapels formulieren moeten invullen en elke instantie vraagt weer het hemd van mijn lijf.

Laatst vroeg iemand achter het loket hoe ik mijn toekomst zag. Nu kan ik een beetje glimlachen om zo’n vraag, want het gaat een stuk beter met me.

Terug naar boven



EEN KERSTVERHAAL UIT 2009

(December 2009)

Editha heb ik gevraagd wat te vertellen over haar beleving van het Kerstfeest. Ze ziet vooral de buitenkant van het Kerstfeest in Nederland: veel jachtige mensen die bezig zijn veel boodschappen in huis te halen; veel drank en cadeaus; heel veel eten en vuurwerk.

Kerstmis, hoe heb je dat vanaf 2005 in Nederland ervaren?

Ik ben in 2 asielzoekers centra geweest. Als de mensen daar horen dat ze uitgeprocedeerd zijn is hun hoofd kapot. Ze weten niet meer wat ze doen. Van die mensen ben ik bang en ik wil niet in hun buurt zijn. In het eerste A.Z.C. Dronten was ik heel alleen met mijn kindje, Dieder, dat hier in een Nederlands ziekenhuis is geboren. Ik moest elk moment bij Dieder blijven; niemand kon op hem passen. Er waren wel veel landgenoten, maar ze hadden hun eigen zorgen. Als nieuwe moeder was ik alleen. Na één jaar werd ik overgeplaatst naar Middelburg. Daar had ik heel veel gesprekken met de Dienst Terugkeer en Vertrek. Ik moest een papier tekenen dat ik terug wilde naar Burundi. Dat heb ik getekend. 21 dagen later werd ik met Dieder in een geblindeerde justitie auto door 2 geüniformeerde agenten naar uitzetcentrum Ter Apel gebracht. De reis duurde 4 uur.

In Dronten, Middelburg en Ter Apel heb ik Kerstmis meegemaakt; in de laatste plaats was de situatie heel slecht. Er zijn daar veel mensen die in de vreemdelingen gevangenis hebben gezeten. Ze weten dat ze terug moeten naar hun land en maken veel ruzie.

Op 28 november 2007 werd ik door 2 politie mannen met de justitiële auto naar Vught gebracht en de volgende dag naar de Burundese ambassade in Brussel. Ik zat daar met 5 mannen: de Afrikaanse Ambassadeur, de twee politie mannen, een Franssprekende man en nog een westerse man. Ik voelde dat ze steeds naar me keken terwijl ik daar zat met Dieder op mijn schoot. De Burundese ambassadeur sprak in het Swahili en in het Kerundi met mij. Hij vroeg of ik wist waarom ik bij hem gebracht was. Hij vroeg de naam van mijn ouders. Toen hij vroeg of ik terug wilde naar Burundi, heb ik “nee” gezegd. De ambassadeur zei: “ga maar terug met deze mensen;  je hoort over 3 weken het resultaat van dit gesprek. Ik heb er nooit een bericht van gekregen. Na twee dagen reizen met de politie was ik met Dieder weer in het uitzetcentrum Ter Apel.

Op een dag zeiden de IND ambtenaren tegen mij: “Als je niet teruggaat naar je land, dan kom je op straat”. Op straat leven met een klein kind; dat was heel moeilijk voor mij. Daarom ging ik voor de tweede keer asiel aanvragen. Ik kreeg geen asiel. 4 Maart 2008 was een natte koude dag. Een geblindeerde politie auto bracht mijn kindje en mij naar het station in Emmen. Ze gaven me een dagkaart voor de trein en een adres in Amsterdam. Toen ik op dat adres aankwam, stuurde de mevrouw die de deur opendeed, mij terug naar het station. Het was avond;  ik ging naar de politie; hij belde die mevrouw maar ik wilde niet naar haar toe. Dieder en ik hebben toen op het koude Amsterdamse station geslapen.

En toen, de volgende morgen?

Ik ging van huis tot huis om te vragen of mensen me konden helpen. Een maand heb ik onderdak gekregen bij Zusters in Amsterdam. Daarna heb ik tot november 2008 in veel verschillende huizen geslapen. Bij veel Afrikaanse mensen. De mensen kunnen met mij doen wat ze willen: mij binnen halen en buiten zetten. Je kunt nooit lang in een huis zijn, want je hebt geen papieren. Je bent misschien wel ziek. Ik kon niets betalen want ik heb geen geld. Ook geen geld om te reizen. Je vraagt op het station aan mensen om te kunnen slapen. Dat is niet goed, de situatie maakt dat je het vraagt.

Hoe kwam je bij Vluchtelingen in de Knel terecht?

Dieder had pijn aan zijn tanden. Ik ging naar een tandarts. De tandarts gaf me het adres van Vluchtelingen in de Knel. Editha en Dieder wonen nu 13 maanden in een gastgezin van Vluchtelingen in de Knel zonder dat er zekerheid is voor hun toekomst.

Terug naar boven



HET VERHAAL VAN ESPARANZA, EX-GEDETINEERDE

(Zomer 2009)

Op 24 mei 2009 wordt Esperanza tijdens een treinreis gecontroleerd op haar identiteitsbewijs. Ze heeft er geen en wordt opgesloten in het Detentiecentrum Zeist. Maar gelukkig is ze na twee weken weer terug. Ze wil direct over haar ervaringen vertellen.

“Ik was boos, toen ik in het kamp kwam. Ik kreeg een kamer samen met een vrouw uit Sierra Leone. Zij was goed voor mij, maar soms was ze boos. Maar ik begrijp dat wel; ze is al drie maanden daar en als je daar lang bent dan gaat je hoofd kapot. Er is veel ruzie; de teevee staat heel hard. Er zijn veel slechte woorden, maar die mensen zijn al lang daar. Hun hoofd is ziek.

Veel mensen zijn ook lichamelijk ziek. Ik denk dat het komt, omdat er weinig frisse lucht is. Je ziet bijna geen lucht, alleen maar heel hoge muren met prikkeldraad. Als je bezoek hebt, krijg je een hesje aan. Na het bezoek word je gefouilleerd. Ik heb gevraagd: Waarom? We zijn toch geen criminelen? Het was heel erg allemaal.

Daarom heb ik veel gebeden voor alle mensen, die daar zijn.

Terug naar boven

“RECHT OP LEVEN VOOR IEDEREEN”

(Voorjaar 2009)

Al negen jaar is Samieullah Fedaie in Nederland. Het grootste deel van die tijd heeft hij doorgebracht in onrust en onzekerheid. In zijn land van herkomst (Afghanistan) was hij slachtoffer van zijn progressieve ideeën, in Nederland was hij slachtoffer van onbegrip en discriminatie. Plots was er sprake van het Generaal Pardon. Vluchtelingen in de knel hielp Fedaie met het samenstellen van het dossier en in de zomer van 2009 was het zover: eindelijk erkenning en een verblijfsvergunning! En enkele maanden later een eigen plek om te wonen, in Gestel.

Samieullah vertelt rustig zijn verhaal. Hij heeft geen moeite om zich goed uit te drukken in het Nederlands. Ten minste, dat is mijn indruk. Samieullah wil zeer graag zijn Nederlands verbeteren. Hij vroeg aan zijn contactpersoon van de gemeente of hij hem kon helpen. De gemeente raadde aan om een inburgeringcursus te volgen. Dit was voor hem echter geen grote uitdaging, na al zo lang in Nederland te zijn. Samieullah zal zijn toets dan ook vervroegen en zoekt ondertussen naar werk via een uitzendbureau. Maar naast werk wil hij in ieder geval nog Nederlands bijleren. Met de financiële crisis is de onzekerheid op werk alleen maar toegenomen, zeker als je geen (erkende) opleiding hebt. Samieullah denkt eraan om een staatsexamen te doen voor Nederlandse taal, zodat hij als tolk zou kunnen werken.

Als we verder praten blijkt dat Fedaie een politiek-economische opleiding heeft gevolgd op de universiteit in Kazachstan. Zijn diploma is echter nog steeds bij de vreemdelingenpolitie, maar hij is een poging aan het doen om dit diploma te laten erkennen. Het zou mooi zijn als dit lukt en hij dit zou kunnen gebruiken om een interessante baan te vinden.

Terug naar boven

EX-AMA LUIS KAN WEER AAN ZIJN TOEKOMST WERKEN

(December 2008)

Luis is 22 jaar en hij vluchtte 7 jaar geleden uit Angola voor de oorlog. Familie heeft hij niet meer. Hij werd in Nederland opgevangen door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Hij leerde gaandeweg Nederlands en spreekt de taal vloeiend. Ook leerde hij over Nederland, onze gewoontes, onze samenleving. Hij raakte steeds meer ingesteld op een toekomst in Nederland, hij wilde studeren, een vak leren en gaan werken.

Uiteindelijk bleek het erg moeilijk te zijn voor hem om een status te krijgen. Begin dit jaar werd Luis zelfs in de gevangenis gezet, omdat hij nog geen papieren had. Twee lange maanden in de gevangenis waren een verschrikkelijke ervaring voor Luis.

In mei kwam hij uit de gevangenis en kwam hij voor het eerst in aanraking met Vluchtelingen in de Knel. Hij werd opgenomen in het ex-AMA project. Hij kreeg leefgeld om in de eerste levensbehoeften te voorzien. Hij werd geholpen met huisvesting. En hij kreeg juridische steun. Omdat hij een ziekte heeft die in Angola niet behandeld kan worden, kreeg Luis uiteindelijk een verblijfsvergunning op medische grond.

De verblijfsvergunning heeft hem weer op de weg omhoog gezet. Hij heeft er weer zin in. Hij is begonnen met een studie elektro techniek en wil elektro monteur worden. Door alle toestanden is hij te laat met het schooljaar begonnen, maar hij heeft zijn achterstand al ingehaald. Luis is enorm gemotiveerd en kijkt positief naar de toekomst, voorlopig in Nederland. En wie weet ooit weer in Angola, sommige van zijn kennissen achterna, en als zijn ziekte daar behandeld kan worden.

Familie heeft hij niet meer, maar hij heeft hier wel goede vrienden, waarmee hij laatst zijn verjaardag en Sinterklaas vierde, Luis is gelijk met de Sint jarig. En hij heeft weer een toekomst, het mooiste kado in deze tijd van het jaar.

Terug naar boven

VLUCHTELINGEN IN DETENTIE

(Voorjaar 2008)

Van Eindhoven naar de Detentieboot in Dordrecht is met het openbaar vervoer een reis van 1 uur en 53 minuten. Je komt aan bij een omheining van meer dan 4 meter hoog met daarboven 4 dubbel schrikdraad. Na de toegangspoort kom je steeds verder met altijd deuren die mechanisch opengaan en achter je in het slot vallen. Als je jezelf ontdaan hebt van alle metalen voorwerpen, ga je door het detectiepoortje. In de wachtkamer komt een bewaker/bewaakster die er op wijst dat je nog naar het toilet kunt gaan. Je loopt onder zijn/haar begeleiding naar de kleine, lage bezoekersruimte waar 7 tafeltjes staan met telkens 2 blauwe en 1 rode stoel. Als bezoeker mag je niet op de rode stoel gaan zitten. Door het raam heb je uitzicht op een plaats om te “luchten”. Onder het toeziend oog van 3 bewakers lopen 14 mensen in dezelfde richting de omtrek van de plaats. Sommigen lopen alleen; anderen met 2, 3 of 4 druk pratend met elkaar.

Nu is het moment daar dat de “gevangenen” onder begeleiding de bezoekerskamer binnen komen. Ze zijn herkenbaar aan een rood hesje dat ze dragen tijdens de bezoektijd: één uur per week. Een jonge man die het hesje even uittrekt krijgt meteen een waarschuwing en moet het weer aantrekken. Drie bewakers, zijn altijd aanwezig tijdens het bezoekuur. Ze vervelen zich; zitten duimen te draaien.

Wij zijn voor Viet gekomen. Hij heeft zijn hoofd kaal geschoren, hij is mager geworden en zijn ogen zijn rood. Hij ligt hele nachten wakker en slaapt pas om 5 uur ’s morgens in. Het eten smaakt hem niet en hij zegt dat hij geen zin heeft in sport. Wat doe je de hele dag? Bladeren in tijdschriften, televisie kijken, denken, vooral veel denken. Een betaalde advocaat zou mij eerder vrij kunnen krijgen. Drie weken is al een afspraak met de Dienst Terugkeer en Vertrek uitgesteld vanwege de feestdagen in December. Voor Viet betekent deze kersttijd wachten in onzekerheid terwijl wij feest vieren. Wij, dat wil zeggen: zijn vriendin en het handje vol mensen dat kaarten sturen en hem bezoeken.

Op de Detentieboot in Dordrecht is plaats voor 496 vluchtelingen die zonder geldige papieren in Nederland verblijven. Het is bedoeld voor kortstondig verblijf met een snel vertrek naar het land van herkomst. De gevangenen verblijven echter gemiddeld 2 á 3 maanden in detentie. Niemand weet hoelang; het kan 6 of 8 of 12 maanden zijn. ”Die onzekerheid over de tijdsduur en het feit dat je geen misdrijf hebt begaan zou ik niet kunnen verdragen”, vertrouwde een van de bewakers ons toe.

Nu is de lente begonnen en het Paasfeest al voorbij. Viet weet nog steeds niet wanneer hij vrij zal zijn. Hij heeft volledig meegewerkt om papieren te krijgen om terug te gaan naar Vietnam. De I.N.D. zegt dat ze nog meer tijd nodig hebben. Hoe lang nog……..?

Terug naar boven

NOëL: KERSTFEEST IN KONGO

(December 2007)

Een Kongolese vader aan het woord:

99% van de bevolking in Kongo is christen; lang niet iedereen is praktiserend. Iedereen weet dat we met kerstmis de geboorte van Jezus vieren. 24 / 25 december én Oud en Nieuw 31december / 1 januari zijn de grootste feesten.

Op de avond van 24  december gaan alle mensen in een volkswijk  in Brazzaville om 20.00 uur naar de kerk. Ze dragen hun mooiste, nieuwe kleding en lopen met een brandende kaars van hun huizen naar de kerk. Alleen op het plein voor de kerk staat een kerststal met beelden en een kerstboom, in hun huizen niet. De viering duurt 4 uur tot het middernacht is, het tijdstip van Jezus’ geboorte. Zo’n lange viering: daar zit veel leven in, veel lawaai, dans, zang; alles met veel emotie en expressie. Het is nooit saai. In Nederland zijn  kerkelijke feesten door hun strakke vorm niet aantrekkelijk voor Afrikaanse mensen. Omgekeerd beleef ik in een Afrikaanse uitbundige liturgische viering een verlangen om mee te doen, maar ook een gêne die me stijf op mijn plaats houdt. Misschien zit  van nature die vreugdevolle bewegingsvrijheid wel in ons, maar hebben we het verleerd.

Ná de nachtmis begint het vuurwerk op straat waar iedereen elkaar vrolijk zwaaiend ‘Noël’ toeroept. Het is tegelijkertijd een religieus én een sociaal gebeuren. Al feestend vergeet je de trubbels, roddels en ruzies die er dagelijks zijn met je familie en buren met wie je een kleine woonruimte deelt. Rijkere mensen wonen in chiquere huizen.

Op 25 december staan de tafels en stoelen buiten en brengen de mensen eten en drinken mee. Hoe meer mensen, hoe beter er gefeest wordt met muziek, dans en veel lawaai. Het eten is uitgebreider dan anders en voor de kinderen is er een cadeautje bijvoorbeeld een fluitje of een plastic bal. Met je armoede kun je toch iets gezelligs doen.

Terug naar boven

TUSSEN HOOP EN VREES

(Zomer 2007)

Bob kwam ruim zes jaar geleden uit Tsjetsjenië naar Nederland. Twee weken te laat om nu in aanmerking te komen voor het Generaal Pardon.

In die zes jaar is er veel met hem gebeurd:

– Een eerste asielaanvraag, met na twee en een half jaar een negatief resultaat.

– Een tweede poging. Nu duurde het anderhalf jaar, maar het resultaat was weer negatief. In die tijd werd Bob geholpen door Vluchtelingen in de Knel, want zonder voorzieningen moest hij de procedure afwachten.

– In beroep gegaan. Dit werd toegewezen. Hij zou weer opvang en zorg krijgen op last van de rechter, en de IND moest de afwijzing heroverwegen. Waren er fouten gemaakt?  Maar volgens de IND zou de rechter zo’n uitspraak niet mogen doen. Geen sprake van opvang dus.

– De nationale ombudsman vond dat er grove fouten gemaakt waren. Het duurde een jaar en Bob kwam weer in de opvang.

– Een maand geleden kwam de laatste uitspraak: negatief. Bob moet Nederland verlaten zo gauw zijn reisdocumenten klaar zijn.

Inmiddels zijn we ruim zes jaar verder. Bob heeft niet stil gezeten. Hij beheerst de Nederlandse taal goed en heeft een MBO opleiding afgerond. Het bedrijf waar hij stage liep, wil hem heel graag in dienst nemen. Bob zou zo graag door willen studeren. Hij heeft de capaciteiten. Als het niet lukt de benodigde papieren bij elkaar te krijgen, houdt alles op en moet hij zelf maar zien dat hij teruggaat naar zijn land.

Hoe moet het nu verder?

Is er misschien een mogelijkheid om als buitenlander een tewerkstellingsvergunning te krijgen? Maar dat is erg moeilijk. Het bedrijf dat hem graag in dienst neemt, moet aantonen dat er binnen de EU niemand te vinden is, die de vacature kan vullen.

Dit is de laatste strohalm.

Bob, we helpen je hopen!

Terug naar boven

Feest maand .. feesten!

(December 2006)

Jamal en Shahila wonen met hun dochtertje (8 jr.) en zoontje  (6jr.) 2 maanden in ons huis. Ze beschikken over 2 slaapkamers en een kleine huiskamer. We gebruiken gezamenlijk de grote keuken. Op een natuurlijke manier passen ze zich aan met hun eigen potje koken.

Ze kwamen bij ons tijdens de Ramadan. Dit gezin heeft hier geen familie; bij het suikerfeest  hebben we samen met hen Afghaans gezin gegeten en de kinderen speelden een poppenkastspel over het bakken van een lekkere taart voor het suikerfeest.

Het is 26 november, 14 uur: Sinterklaas komt in de Adventskerk. Moska  en Khaibar  kunnen echt niet langer wachten, dus we zijn ruim op tijd aanwezig. Oooh! roept Moska als ze in de versierde zaal komt en wel 100 prachtig ingepakte cadeautjes ziet staan.

Vrijwilligers en op deze zondag ook hun echtgenoten verwelkomen ons zo hartelijk gemeend. Koffie, thee, chocolade melk en allerlei lekkers staat voor ons klaar. We horen de bekende Sinterklaasliedjes. Steeds meer vluchtelingenkinderen komen aan de tafels zitten en beginnen ijverig de tekeningen te kleuren  en daarna te knutselen. Landgenoten zien elkaar na een langere tijd. Een warm feest met eenvoudige aandacht zodat iedereen gezien wordt. Hoe ervaren Shahila en Jamal deze middag? Ze zijn trots op hun kinderen, vooral op Khaibar die door de microfoon de liedjes voorzingt. Vader gaat zelfs mee zitten kleuren. Toch blijft ook vandaag de frustratie van niet begrepen zijn als asielzoeker uit Afghanistan, waar al 28 jaar oorlog is, hem neerdrukken.

Thuisgekomen vraag ik hen iets te vertellen over feestvieren in Afghanistan. Het Suikerfeest, Ide fettav is een godsdienstige viering aan het einde van de Ramadan. Twee maanden later herinnert het Offerfeest, Ide Qurban, aan het bevel van God: ‘Abraham je hebt me beloofd je zoon te offeren’. Als Abraham op het punt staat Isaac als slachtoffer op te dragen, zorgt God dat ter plekke een lam is als offerdier. Daarom slachten de moslims tijdens het offerfeest een lam en houden maaltijd met familie en bekenden.

Naovroze is voor hen Nieuwjaar en wordt aan het begin van de lente gevierd op 21 of 22 maart. Dit feest is breed verspreid en heeft een 3000 jaar oude oorsprong. De mensen koken goed eten en kopen nieuwe kleren. De families gaan naar een grote mooie plek in de natuur waar ze met velen picknicken, de kinderen volop spelen en allerlei cadeautjes te koop wordt aangeboden. Vanaf 1992, tijdens het bewind van de Moodgehahedean en de Taliban mocht Naovroze niet in groepen gevierd worden; ze vierden het in het geheim. Door de jarenlange oorlog zijn de families verstrooid over de aardbodem.

Nadat ik hun verhaal gehoord heb, blijf ik hopen dat de eeuwenoude traditie die mensen verbindt met elkaar ook in de toekomst gevierd kan worden, zonder angst voor oorlog. Zulke feesten, zoals ook ons Kerstfeest, horen bij de beschaving van elk volk. Ze houden ons bij de Bron: “Vrede op aarde aan de mensen van goede wil”.

Terug naar boven

Vakantietijd: Je wordt weer blij. Je hoofd wordt weer open.

(Zomer 2006)

Op deze zomeravond is het nog zo’n 28 graden als ik met een Afrikaanse vluchtelinge ga praten over vakantietijd. Ik heb Lydia niet eerder ontmoet, maar misschien begrijpen we elkaar met onze gezamenlijke ervaring deze week van tropische warmte in Nederland. Lydia heeft een duidelijk verhaal over de betekenis van vakantietijd:

“Genieten van niet werken. Genieten van de natuur, van alles wat geschapen is. Vakantie is gezond, je hoofd kan leeg worden, daarna word je weer blij, je hoofd is weer open, je kunt weer opnieuw beginnen met werken. Het hele jaar door haasten…druk…druk…druk. Vakantie is nodig, het is je eigen tijd je kan zelf weten wat je gaat doen, het is heel fijn en goed.”

Zo praten wij hier in huis op dezelfde manier over vakantie en ons lezerspubliek zal er in het algemeen zo ook over denken… Ik vraag voorzichtig: ga je zelf ook op vakantie?

“Nee mijn zoontje Gigi is deze week naar een kinderkamp. Ik had graag mee gegaan, maar daar was geen plaats voor mij. Alleen voor kinderen van 6 tot 9 jaar. Nu is Gigi voor het eerst een week bij mij weg. We missen elkaar”.

“Vakantie is nodig” en “ik kan niet op vakantie gaan”.

Het raakt me. Het dringt tot me door, dat het voor mij vanzelfsprekend is, dat we er een of twee weken tussen uit gaan. De nodige afstand nemen, rust om daarna nieuw het werk op te kunnen nemen. Lydia en met haar de vele vluchtelingen in ons land hebben al jaren lang die kans niet. Hebben er het geld niet voor. Zo gaat het als ze moeten leven van de goedheid van anderen. Als ze de eerste behoeften van onderdak en eten hebben dan zijn ze daar tevreden mee. Maar verlangen naar een vakantietijd is er ook bij Lydia.

“De Nederlandse mensen zijn goed. Ze hebben mij geholpen Gigi naar het vakantie kinderkamp te brengen. Ik schaam mij om geld te vragen”.

“Lydia, Wat geeft jou kracht te leven zoals je leeft? Heb jij ook vrienden?”

“Ja, vooral de mensen van mijn kerk. Op zaterdag komen we met ongeveer 15 Ethiopiërs bij elkaar voor Bijbellezing en gebed. Ik leef met God; Hij helpt mij. Thuis lees ik uit de bijbel voor we gaan eten en we bidden samen voor het naar bed gaan. Ik wil graag dat Gigi daarin groeit; dat hij het gewend raakt. Ik heb Gigi gezegd dat hij nu hij op vakantie is moet bidden aan tafel en voor het slapen gaan. Hij zal dat zeker doen”.

Mijn ouders hebben 60 jaar geleden in ons gezin dezelfde woorden gebruikt. Het is niet tevergeefs geweest; toch hebben we hun vormen niet overgenomen. Lydia beleeft er nu veel aan en Gigi vertrouwt haar. Een overgave waar je stil van wordt……. Dan rinkelt haar mobieltje. De leiding van het kinderkamp belt op: “Alles heel goed met Gigi; geen probleem; tot vrijdag”. Lydia vertelt stralend dat een Nederlandse mevrouw vanmorgen naar de leiding heeft opgebeld om te vragen hoe het ging? Vandaar dat ze nu dit telefoontje kreeg.

“Nu zal ik vannacht goed slapen”.

Terug naar boven

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *