Geschiedenis

Het prille begin

Vier ‘zusters van Liefde’ stonden 34 jaar geleden met de opvang van twee vluchtelingen aan het begin van Vluchtelingen in de Knel. Op het moment dat ze in 1983 aan de Hoogstraat in Eindhoven kwamen wonen hadden de zusters tien kamers tot hun beschikking. Voor vier personen was dat veel.

Eén van de zusters, zuster Bets, vertelt: ‘We wisten niet wat we er mee moesten doen. We kregen toen de vraag van Vluchtelingenwerk Eindhoven of we onze kamers beschikbaar wilden stellen voor mensen die in de procedure zaten.’

Ze begonnen met het opvangen van een man uit Bangladesh en een vrouw uit Congo. ‘We hebben heel veel met hen samen gedaan. We dronken koffie en thee en ze hebben veel verteld,’ aldus zuster Bets.

De opvang van afgewezen vluchtelingen

Tussen 1983 en 1986 hebben de zusters mensen opgevangen die in de procedure zaten. Daarna was de nood minder hoog voor deze groep, vanwege de regeling opvang asielzoekers. Niet lang daarna kregen ze de vraag van een advocaat in Tilburg of ze iemand wilden opvangen die afgewezen was.  ‘Hij wist zeker dat de rechter een fout had gemaakt, maar had tijd nodig om het uit te zoeken. We hebben die vluchteling opgevangen en daarna is het nooit meer opgehouden. De stichting is daarna geleidelijk gegroeid.’

Professionalisering van de stichting

Na de eerste opvang door de zusters in 1983 groeide hulp aan de doelgroep door de jaren heen verder. Door het toenemend aantal mensen dat moest vluchten groeide de noodzaak van goed georganiseerde hulp aan hen.

Deze hulp kreeg in 1992 vaste vorm in de oprichting van het ‘Regionaal Samenwerkingsverband Vluchtelingen in de Knel’ waarvan vrijwilligers uit verschillende afdelingen van VluchtelingenWerk, religieuzen, pastores en juristen deel uitmaakten. Elke zes weken kwam men bij elkaar. De agendapunten werden heel concreet ingevuld: hulp aan uitgeprocedeerden; het zoeken naar nieuwe opvangplekken; de nodige financiën; juridisch advies bij de herhaalde asielaanvragen; begeleiding naar- en eventueel betaling voor medische zorg. Dit was allemaal mogelijk met de giften van kerken, congregaties en de geleidelijk groeiende donateurbijdragen. Later is het ‘Regionaal Samenwerkingsverband Vluchtelingen in de Knel’ omgezet in de stichting zoals deze er nu is.

Begeleiding werd in de loop der jaren uitgebreid en geprofessionaliseerd. De focus kwam op toekomstperspectief via juridische expertise te liggen. De pijlers van de zusters zijn hierin altijd meegenomen: medemenselijkheid en sociale bewogenheid. ook hun eigenzinnige vastberadenheid was een voortdurende inspiratiebron.

Vluchtelingen in de Knel werd mede dankzij deze waarden een stabiele factor in Eindhoven voor zowel (afgewezen) vluchtelingen, de gemeente Eindhoven als andere partners.

‘Secundaire arbeidsvoorwaarden’

De vier zusters en het echtpaar Gerard en Anneke dat inmiddels bij de zusters woonde bleven al deze jaren letterlijk en figuurlijk naast de stichting staan. Het kantoor grenst aan hun leefgemeenschap en hun deur stond altijd open. Om boterhammen en soep te maken voor een vluchteling die honger had, om naar de wc te gaan als die op kantoor bezet was, of gewoon voor een rustmoment. (Afgewezen) vluchtelingen in psychische nood werden warm ontvangen voor een bemoedigend gesprek.

De gemeenschap stelde gastvrij ruimte ter beschikking voor bijeenkomsten, maakte iedere woensdagochtend koffie voor het hele gebouw en zette ’s ochtends de kachels in het kantoor aan – zodat de vrijwilligers, medewerkers en cliënten in een warm kantoor aan de dag konden beginnen. Als de zusters op late overwerkmomenten het licht bij de stichting nog zagen branden, brachten ze een soepje met wat aanmoedigende woorden. ‘Secundaire arbeidsvoorwaarden’,  noemden ze dat.

In 2016 verhuisden de zusters naar hun moederhuis in Schijndel. Zuster Bets zet zich als vrijwilliger echter nog steeds wekelijks in voor Vluchtelingen in de Knel.

De motivatie van de zusters

De motivatie van de zusters om (afgewezen) vluchtelingen te ondersteunen? ‘Wij werkten altijd vanuit de overtuiging dat wij het goed hebben. We hebben wat we nodig hebben. We streven in ons werk naar sociale gerechtigheid. Heel simpel gezegd willen wij dat iedereen een goed leven heeft, net als wij.’

Zuster Bets vertelt dat ze blij wordt om te zien hoe de stichting is ontwikkeld en dat er nog steeds zo veel mensen begaan zijn met anderen. ‘Wij hebben als zusters geen zorgen over Vluchtelingen in de Knel. Het is een team met betrokken goede mensen. De mensen die zich nu inzetten zoeken nog steeds alles echt uit. Je bent er om mensen weer meer mens te maken.’ De gemeenschap zegt zelf net zoveel geleerd te hebben van vluchtelingen als andersom. Dat is een prachtig voorbeeld van gelijkwaardigheid.